Tefillien

Tefillien


Als je foto’s bekijkt van biddende Joden, valt het op dat ze speciale riemen dragen. Ook bij de jongeman op de foto, die net bezig is met die riemen om te doen. Ze worden tefillien genoemd: gebedsriemen. Ze behoren ook bij de kleding, omdat ze ‘gedragen’ worden tijdens het gebed, net als de gebedsmantel.

   De riemen   

De riemen worden aan één kant zwart geverfd. Er zijn twee soorten gebedsriemen: de ene wordt om het hoofd gedragen, de andere om de linkerarm. In beide gevallen is precies beschreven hoe ze moeten worden aangelegd en hoe ze eruit zien.
De eerste riem wordt in de nek samengebonden en hangt dan langs de rug naar beneden. Op het voorhoofd zit een klein zwart kubusvormig doosje (van ongeveer 4 cm) dat van leer gemaakt is.


De andere riem heeft ook zo’n doosje: het zit aan de binnenkant van de linker bovenarm (behalve als je links bent), dus vlak bij het hart. De riem wordt om de arm gebonden, zeven keer om de onderarm en ook om de hand gewikkeld en vastgehouden met de vingers.

   Teksten uit de Thora   

Een Joodse jongen van 13 wordt volwassen (Bar Mitswa), zodat hij zich aan al de voorschriften zal moeten houden. Al een paar maanden voor die plechtigheid begint hij met het oefenen in het aanleggen van de gebedsriemen.
Het gaat hier om deze doosjes, want daar zitten teksten in, precies vastgelegd en met de hand geschreven op perkament. De doosjes moeten gemaakt zijn van leer, afkomstig van reine (koosjere) dieren. Belangrijk is voor hen de tekst uit Deut. 6:8. Daar staat van de geboden van God: "Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand; en zij zullen u tot voorhoofdspanselen (-banden) zijn tussen uw ogen." Duidelijk is, dat de Joden deze tekst letterlijk opvolgen. De strips perkament bevatten de volgende gedeeltes uit de Thora:
  • Ex. 13:1-10
  • Ex. 13:11-16
  • Deut. 6:4-9
  • Deut. 11:13-21
Heel bekend is de tekst: “Hoor, Israël, de HEERE onze God is een enig HEERE” (Deut. 6:4). In het Hebreeuws staat er: ‘Sjèma Israël’. Dat is een belangrijke geloofsbelijdenis bij de Joden.

Op de zijkant van het voorhoofdsdoosje is de Hebreeuwse letter ש (spreek uit: Sjin) aangebracht. Dit is de eerste letter van het woord 'Sjaddaj', wat betekent: 'de Almachtige'.

   Regels   

Ook zijn de regels voor het aanleggen en dragen van de tefillien heel bijzonder. Zo mogen ze alleen maar in de ochtend gedragen worden, maar niet op een sjabbat of een feestdag. En dus ook niet in de synagoge. Tijdens het aanleggen van de riemen mag je niet gestoord worden. Ook niet praten of gebaren maken.

Je moet ook heel precies, niet achteloos, met de tefillien omgaan. Valt hij op de grond, dan moet er gevast worden. Je merkt dus hoeveel eerbied de Joden tonen voor God en Zijn geboden. Om een voorbeeld aan te nemen…

   Farizeeën   

Maar niet op de manier van de Farizeeën in de tijd van de Heere Jezus! Zij droegen blijkbaar, volgens Matth. 23:5, ook van deze doosjes en riemen. Maar zij maakten ze extra groot. Dan konden de andere mensen zien hoe 'vroom' ze wel waren. Jezus sprak er Zijn afkeuring over uit! "Wat hoog is onder de mensen, is een gruwel voor God" (Luk. 16:15), Hoe zou Hij over jou denken? Zijn de geboden van God iets voor de 'buitenkant', of draag je die in je hart?