Handel en reizen
De Israëlieten waren een agrarisch volk. De mensen zorgden meestal
zelf voor hun voedsel. Consumptiegoederen kende men eerst nog niet.
Karavaanwegen
Wel was er al lang sprake van handelsvervoer. Dat ging over onverharde wegen, waarbij ezels en - bij zware vrachten - kamelen de lastdieren waren. Al vanaf de oudheid waren er de zogeheten handelswegen. Ze zijn wel genoemd: de 'slagaders' van de oude wereld. Karavanen maakten hiervan gebruik voor het vervoer van wierook, graan, goud enzovoort.
We lezen bijvoorbeeld in Ex. 13:17 over de “weg van de Filistijnen”. Daar, langs de kust van de Middellandse Zee, liep zo’n route. Waarschijnlijk was dat dezelfde die later door de Romeinen de Via Maris (= “Weg der Zee”) werd genoemd. We lezen er ook van in Matth. 4:15. Bij Megiddo stond de Karmel ‘in de weg’, waarna deze route afboog naar het noordoosten, richting Damascus en verder.
Van nog zo’n weg wordt gesproken in Num. 21:22. Daar wilden de Israëlieten deze handelsroute (de “koninklijke weg”) volgen, maar dat werd hun onmogelijk gemaakt door de Edomieten. Deze route liep ten oosten van de Jordaan.
Salomo
Handel werd vooral door de welgestelden, zoals koningen, gedreven. David had veel gebieden veroverd. Daardoor beheerste hij ook meerdere karavaanwegen. Vooral Salomo heeft hiervan geprofiteerd. Hij sloot een verbond met koning Hiram van Tyrus, ook al zo’n handelaar. Samen stelden ze een handelsvloot samen, met als thuishaven Ezeon-Geber (1 Kon. 9:26). Dat lag in het gebied van Edom, aan de noordpunt van de Rode Zee. Verre bestemmingen deden zij aan. Soms voeren ze zelfs helemaal naar Tarsis, in het zuiden van Spanje, waarvan ze goud, zilver, ivoor, apen en pauwen (of: papegaaien) meebrachten (1 Kon. 10:22).
Welvaart
Later, toen Edom tijdelijk minder machtig was, heeft koning Jósafat nog eens zo’n vloot uitgerust, maar die werd vernield, mogelijk door een storm (1 Kon. 22:49).
In de tijd van de koningen bracht de handel ook steeds meer welvaart in het land. Dat was niet alleen maar positief. Er kwamen de verleidingen van de rijkdom: onderdrukking van de armen, zwendel en landroof. Door de profeten heeft God daartegen gewaarschuwd; we vinden dat vooral bij Amos (2:6, 5:12). Bovendien: het heeft ook meegewerkt om de afgodendienst het land binnen te brengen.
Gevaren
Natuurlijk werd er ook ‘gewoon’ gereisd. Denk maar aan de Joden, die driemaal per jaar de grote feesten in Jeruzalem moesten bijwonen. Meestal ging dat te voet. Meer dan zo’n 30 kilometer per dag kon je niet afleggen.
► Nehemia op weg naar Jeruzalem beeld: FreeBibleimages
Abram heeft een lange reis ondernomen vanuit Ur. Daarbij volgde hij ongeveer de rivier de Eufraat. Misschien zijn daarbij delen van de reis per boot afgelegd. Vanaf Haran ging het over de grote handelsweg naar het zuidwesten.
In het algemeen werden belangrijke karavanen beveiligd. Gevaren waren er genoeg: rovers, ziekte, honger, roofdieren. Maar Ezra stelde, toen hij naar Jeruzalem reisde, geen prijs op militaire bescherming. Hij vertrouwde op God (Ezra 8:22). Nehemia maakte later wél gebruik van dat aanbod (Neh. 2:9). Langs de weg stonden herbergen (karavansera’s). Zoals Geruth-Chinham (Jer. 41:17), waar de Joden langskwamen die Jeremia meevoerden naar Egypte.
Verharde wegen
In de tijd van het Nieuwe Testament werd het reizen allemaal
wat comfortabeler. Er kwamen rijtuigen en ook de scheepvaart kreeg meer
belangstelling. Paulus heeft zowel te voet als per schip gereisd. Dat laatste
was in de wintermaanden erg gevaarlijk: langere nachten, met kans op zware
stormen. Tussen half november en half maart was de scheepvaart door de Romeinen
verboden.
Van de gevaren van de zee kon Paulus meespreken: hij merkte op dat hij al
driemaal een schipbreuk had meegemaakt (2 Kor. 11:25). En toen moest de vierde,
toen hij naar Rome werd gebracht, nog komen!
De Romeinen zorgden voor verharde wegen, zoals de Via Appia (zie foto) bij Rome, waarover Paulus ook wel gereisd zal hebben (Hand. 28:15). Langs zulke wegen kon je om de anderhalve kilometer een ‘mijlpaal’ aantreffen. Je begrijpt wel waarom die zo genoemd werden…
En dan was er, net als nu, ook al toerisme! Mensen wilden bezienswaardigheden bekijken, zoals de vuurtoren van Alexandrië en de piramiden van Egypte. Er is niets nieuws onder de zon!