Meten en wegen


Afstanden worden tegenwoordig aangegeven in kilometers, centimeters, soms in mijlen of (af en toe) in duim (inch). Maar in Bijbelse tijden ging dat heel anders.

   Lengtematen    

Veel lees je in de Bijbel over de el als lengtemaat; meer dan 160 keer vinden we deze vermeld (waarvan 42 keer in het boek Exodus). De richter Ehud verstopte een kort zwaard van één el onder zijn kleren (Rich. 3:16). Dan vraag je je natuurlijk af: hoe lang moet dat geweest zijn?

Het gemakkelijkste is om te beginnen bij de vingerbreedte. Die mag je stellen op 18 mm. Vier van die ‘vingers’ vormen een handbreed (of: palm). Daarnaast kende men nog de span, die gelijk was aan 3 handbreedtes, dus ongeveer 22 cm. Een span is de afstand tussen de toppen van duim en pink, als je de vingers van je hand zoveel mogelijk strekt. Controleer dat maar eens; je komt aardig in de richting.

Een el nu is gelijk aan twee span. Van Goliath weten we dat hij “zes ellen en een span” was, dat is 6½ el, dus 286 cm. Een echte reus! Overigens, we weten niet zeker of de el in de Bijbel altijd dezelfde maat was; ga er maar vanuit dat het in de buurt van de 50 cm gezeten zal hebben.

   Nieuwe Testament   

In het Nieuwe Testament komen we ook nog tegen:

  • de vadem (Hand. 27:28): de afstand tussen de toppen van de middelvingers bij zijwaarts uitgestrekte armen van een volwassen man, circa 180 cm.
  • de stadie (o.a. Luk. 24:13): deze is gelijk aan 100 vademen, dus zo’n 180 meter. De afstand tussen Jeruzalem en Emmaüs was dus 11 km.
  • de sabbatsreis (Hand. 1:12). Men verwijst hiervoor naar de doortocht door de Jordaan. Daarbij moesten de Israëlieten 2000 ellen afstand houden tot de ark (Joz. 3:4). Dit werd beschouwd als de maximale lengte van een wandeling die men op de sabbat mocht maken. Dus ongeveer een kilometer.

   Gewichten   

Er werd niet alleen gemeten, maar ook gewogen. Belangrijk natuurlijk bij het bereiden van de maaltijden, op de markt en in de handel.

Daar was de sikkel, waarvan we voor het eerst lezen in Gen. 23. Abraham koopt de spelonk van Machpela voor de begrafenis van zijn vrouw. Kostprijs: 400 zilveren sikkels. Een enorm bedrag, ongeveer een jaarsalaris. Er is wel opgemerkt: dit is de grootste afzetterij waarvan de Bijbel melding maakt!

Een sikkel is ongeveer 11,5 gram. De kandelaar in de tabernakel moest gemaakt worden uit een talent zuiver goud, dat zijn 3000 sikkels, dus geschat 35 kilogram. Nu is goud erg zwaar, dus hiervoor heb je niet zoveel. Je kunt je afvragen of die kandelaar wel zo groot is geweest als je vaak op plaatjes ziet afgebeeld…

   Inhoudsmaten   

Inhoudsmaten kom je ook af en toe tegen. Bekend is de gomer, die het tiende deel is van een efa (Ex. 16:36). De Israëlieten moesten per dag een gomer manna verzamelen. Dat is zo'n 2,3 liter.
Ook lezen we van een korenmaat (Matth. 5:15). Je zou het niet verwachten, maar dit is ook een inhoudsmaat. In het Grieks staat er: modion, die overeenkomt met ongeveer 9 liter.

Je kunt wel geloven dat er in de Bijbelse tijd met allerlei maten werd geknoeid. De profeten moesten daar nogal eens op wijzen (Hos. 12:8; Amos 8:5; Micha 6:11).