Kleiproducten
Het werken met klei was bij andere volken goed bekend, maar
de Israëlieten hebben dat in Kanaän moeten leren. Van klei maakten ze aardewerk,
kruiken, potten en pannen. Maar qua kwaliteit haalden die het niet bij de
producten uit de omringende landen.
Pottenbakker
Klei was in overvloed vinden in de buurt van
een rivier. Met wat water erbij maakte je er een kneedbare massa van. Ook
lijkt het dat men erin rondliep en deze stampte (Jes. 41:25).
Men
ontdekte: als je de klei in een rond gat in de grond draait kun je er potten
van maken. Later gebruikte men de pottenbakkersschijf. De klei werd dan op een
houten of stenen schijf gelegd, die door iemand anders werd rondgedraaid. Weer
later, na de tijd van het Oude Testament, was deze techniek verbeterd: de pottenbakker
kon nu zelf de schijf draaien door met zijn voeten een andere schijf in
beweging te zetten.
We lezen in de Bijbel ook over het ambacht van pottenbakker (Jer. 18). Misschien wordt ook in 1 Kron. 4:23 hiernaar verwezen. Er zal ook wel een kleine ‘industrie’ zijn ontstaan: in de loop van de tijd wist men zich steeds meer in dit vak te bekwamen.
Afwerking
Was de pot klaar, dan moest hij nog verder worden afgewerkt.
Als je wilde kon je hem polijsten en versieren, soms met kleuren. Glazuren van
het aardewerk, zoals dat bij andere volken bekend was, werd in Israël niet veel
gedaan. Daarom werden potscherven (die overal verspreid lagen) veel gebruikt om
er teksten op te schrijven.
Het aardewerk moest - nadat het was gedroogd - gebakken
worden. Je kon bijvoorbeeld de potten van onderen door een vuur verwarmen. Als
de klei niet voldoende gereinigd was, konden bij dit proces barsten ontstaan.
In de huishouding maakte men dankbaar gebruik van de producten van de pottenbakker. Denk aan kannen, kruiken, voorraadpotten. En natuurlijk de olielampjes.
Kleistenen
Klei was ook heel vaak de grondstof voor stenen. In Egypte moesten de Israëlieten er gehakt stro aan toevoegen om de stenen versterken (Ex. 5:7). En dat scheelde ook werkelijk! De vochtige en met zand gemengde klei werd gekneed (vaak met de voeten – zie Nah. 3:14), waarna deze in een soort mal werd gedaan. Zo kon men hele rijen stenen leggen. Na enkele weken waren ze voldoende gedroogd om ze naar de bouwplaats te brengen.
Deze werkwijze werd ook in Israël toegepast. Maar of de Joden ook werkelijk bakstenen hebben gemaakt, dus in een oven? Daar wordt aan getwijfeld. Later, in de tijd van de Romeinen, gebeurde dat wel. En trouwens, ook de stenen voor de toren van Babel werden gebakken (Gen. 11:3).
En dit nog...
Helaas, niet alle kleiproducten werden gebruikt tot de eer van God. Ook afgodsbeelden werden vaak van klei gemaakt. Misschien ook wel het "beeld" (terafim) dat door Michal in het bed van David werd gelegd om de knechten van Saul te misleiden (1 Sam. 19:13).