Paard

Paard


Paarden zijn heel goede dravers en ze hebben een uitstekend reukvermogen. Maar heel bijzonder zijn hun ogen. Zonder de kop te hoeven draaien kunnen ze bijna helemaal rondom zich heen kijken. En dat is ook wel nodig, want op de steppe (hun eigenlijke leefgebied) moeten ze steeds bedacht zijn op roofdieren. Een merrie krijgt meestal één veulen, dat al heel snel na de geboorte op ‘eigen benen’ kan staan.

   Uit Egypte   

Vanuit het binnenland van Azië heeft het paard zich verspreid naar het westen en zuiden. We weten dat er al rond 1500 vóór Chr. met paarden bespannen strijdwagens werden gebruikt. We lezen ook in Gen. 47:17, in de tijd van Jozef, van paarden in Egypte. Waarschijnlijk werden er ook paarden gespannen voor de wagen waarin hij als onderkoning reed.

Toen de Israëlieten in het beloofde land kwamen merkten ze dat de Kanaänieten ijzeren wagens hadden, die bespannen waren met paarden. Jozua kreeg opdracht om de wagens van de overwonnen vijanden te verbranden en de paarden te verlammen, zodat ze niet meer bruikbaar waren in de strijd. Ook in de tijd van de Richteren (hoofdstuk 5:22) lezen we dat er strijdwagens met paarden werden gebruikt in de oorlog.

Het lijkt wel of men paarden in die tijd speciaal uit Egypte haalde. Want God had de Israëlieten verboden om naar Egypte te gaan om van daaruit paarden te importeren (Deut. 17:16). En ook in hetzelfde vers beval God dat een toekomstige koning niet veel paarden mocht hebben. Het zal ook een schok voor David zijn geweest toen hij vernam dat Absalom gebruik maakte van paarden (2 Sam. 15:1). En hetzelfde gebeurde later bij de staatsgreep van Adonia. 

We lezen van Salomo, dat hij paarden uit Egypte betrok en duizenden paardenstallen liet inrichten (1 Kon. 4:26). We weten niet of deze waren bedoeld als militaire uitrusting. Het kan ook zijn dat Salomo hiermee alleen zijn rijkdom wilde tonen - wij noemen dat tegenwoordig: een statussymbool. Het is duidelijk dat de Heere het volk ervan wilde afbrengen om te vertrouwen op paarden, dat wil zeggen: op hulp vanuit het buitenland, vooral Egypte (Jes. 31:1-3). In tijd van vrede gebruikte men geen paard als rijdier.

   Christus Overwinnaar   

Je ziet dat bijna overal in de Bijbel ongunstig over paarden wordt geoordeeld. Vooral merk je dat in de Openbaring aan Johannes. Daar wordt gesproken over een rood, een zwart en een vaal paard. Dat zijn aanduidingen van oorlog, hongersnood en ziekte (Op. 6:4-8).

Daar staat tegenover dat de verbreiding van het Evangelie en de overwinning van Christus ook wordt voorgesteld als een rit op een wit paard (Op. 6:2 en 19:11).